home alone
Ooit schreef ik iedere dag een stukje. Toen eens in de week. En daarna iedere maand. En toen nooit meer.
Ooit schreef ik iedere dag een stukje. Toen eens in de week. En daarna iedere maand. En toen nooit meer.
Ik geloof niet dat er nog iemand op mijn stukjes zit te wachten. Langzaam maar zeker zal ik uit de meeste rss-lijstjes wel zijn geschrapt. En dat snap ik best, want iemand die zelden schrijft, verdient het ook niet om gevolgd te worden. En dus wordt het toch een soort van dagboek. En daar kan ik best mee leven.
Een paar maanden geleden bedacht ik dat ik een feest wilde geven. Gewoon, voor iedereen die ons lief was. Om te vieren dat we waren verhuisd, dat de verbouwing succesvol was afgerond, dat ik een eigen zaak was gestart en uiteraard dat The Diva Herself was geboren.
Ik ben een laconieke moeder. Ik raak niet zo heel snel in paniek en ik denk vrijwel altijd: "ach, het zal wel goed komen". En dat komt het meestal dan ook.
Uiteraard is de komst van Eva de grootste verandering in ons leven. Maar naast de aanwezigheid van onze Grande Dame, is De Verbouwing de tweede mijlpaal van 2009. Of de derde, als je de start van een eigen zaak in een ver verleden - januari - meetelt. We zijn namelijk aan het verbouwen. Of eigenlijk hebben we heel veel mensen ingehuurd om voor ons te verbouwen.
Afgelopen weekend was B. een weekendje weg. Zeilen, met vrienden. Alhoewel ik er lichtjes tegen opzag om een lang weekend alleen voor Eva te zorgen, gunde ik het hem van harte. Ik zou immers ook wel weer eens een weekendje met vrienden weggaan en dan zou hij ook zonder mopperen het front bewaken. Voor wat hoort wat. En zo ging ik dan ook goedgemutst het weekend in, een weekendje moederen. Alles ging goed totdat ik zaterdagavond ziek werd. En dan niet jeetje-ik-voel-me-niet-zo-lekker, maar echt Godvergeten Hondsberoerd. Ziek als in de zin van: "ik hang boven de pleepot , maar weet niet goed welke kant voorrang heeft". Zo ziek.
Het is weer voorbij die mooie zomer. 2009 zal voor altijd het jaar zijn dat onze prachtige dochter werd geboren en de zomer die we in onze tuin doorbrachten. Een zomer vol bezoek aan onze luxe tuinset. Een zomer vol rosé (het mag weer!), sigaretten (ook!) en ontelbare sardientjes op onze waanzinnige buitenkeuken. Maar nog meer een zomer waarin we wenden aan onze Grande Dame. Het valt me nu nog moeilijk voor te stellen dat ik ooit aarzelde bij het verschonen van een luier, dat ik moeite had met het wurmen van haar armpje door een mouwsgat, dat ik in paniek raakte als ze zich verslikte in haar melk en dat ik een nachtrust van 6 aaneengesloten uren ooit een 'gebroken nacht' noemde.
Een bevalling doet rare dingen met je. Niet alleen schiet je als vanzelf in de moedermodus, maar ook duik je onmiddellijk in een zelfgekozen cocon van luiers, spuugdoekjes en een bij te houden administratie van poep -en plasluiers. Een cocon waarin je de rest van de wereld buitensluit.
Ik was geen geboren moeder. Nooit hing ik kirrend boven andermans kinderwagen en pasgeboren babies wilde ik al helemaal niet op de arm. Treffend was mijn opmerking: "nu weet ik waarom ik geen kinderen wil" bij het zien van de pasgeboren dochter van mijn broer, zestien jaar geleden.
Op 23 juni is ze geboren, onze prachtige dochter: Eva Lène. Alles gaat goed, zowel met haar als met mij. Alhoewel het concept borstvoeding vooralsnog niet aan mijn borsten is besteed.
Ik ben alweer een jaar of 17 het huis uit. En al net zo lang ga ik dus af en toe eens op bezoek bij mijn ouders. Om met mijn moeder te winkelen, een beetje bij te kletsen en om gewoon weer eens thuis te zijn. Maar omdat deze bezoekjes nooit langer duren dan een weekend, blijft bij bezoekjes. Ook al voel ik me nog steeds thuis -en gedraag me ook net zoals de puber die ik ooit was - toch bén ik nooit meer thuis. Het blijft altijd bij bijkletsen, het is nooit meer 'zoals toen'. Het zijn bezoekjes, het is op visite gaan.
Ik lees veel. Bol.com heeft een hele goede klant aan mij, want ik bestel maandelijks voor zo'n 50 euro aan boeken. Chicklit, thrillers, romans: het maakt me niet uit, zolang het maar fictie is. In huis liggen dan ook overal boeken. Gelezen en nog ongelezen, van mij of van B. Bij de verhuizing hebben we waarschijnlijk zo'n 30 boekendozen versjouwd, die nu allemaal op zolder staan. In afwachting van hun definitieve plek, in een nog te kopen boekenkast, in een nog te verbouwen woonkamer.
Ik ben altijd 'bang alleen' geweest. Bang om alleen thuis te zijn dus. Bij mijn ouders thuis liep ik dan liever niet op de trap, uit angst bij mijn enkels gegrepen te worden. Eenmaal in bed keek ik met opengesperde ogen uit naar enge mannen, monsters of spoken. En als ik ze niet zag - wat dus altijd zo was - dan was ik ervan overtuigd dat ze zich gewoon heel goed verstopt hadden. Voor het slapen gaan moest ik steevast alle kasten in alle kamers doorzoeken, op diezelfde mannen, monsters of spoken, voordat ik kon slapen. En zelfs dan nog niet met de rug naar de deur, want je wist maar nooit. Overigens vroeg ik me wel altijd af wat ik zou doen áls ik een keer iemand trof op zo'n zoektocht, maar het antwoord daarop is me gelukkig bespaard gebleven.
Ik had het nog nooit meegemaakt: een willekeurige vriendendienst van een onbekende. En toen ik het me gisteren overkwam was ik zo verbouwereerd, dat ik nog maar net op tijd 'dankjewel' kon stamelen.
Vraag me niet waarom, maar mijn moeder noemt de baby in mijn buik 'het grummelke'. Inmiddels weet ik niet meer beter, maar de eerste keren moest ik telkens even nadenken waar ze het over had, als ze vroeg hoe het mijn grummelke verging. Maar goed, het grummelke dus.
De afgelopen weken zat er een spook in mijn hoofd. Een googlespook, want hij zat er vanaf het moment dat ik googlede naar '16 weken zwanger'. Het spook had zich in 1,3 seconde in mijn hoofd genesteld bij het lezen van een weblog waarin iemand vertelde:
Voor jezelf werken betekent:
Op de een of andere manier was ik het afgelopen decennium altijd bij mijn ouders op kerstavond en eerste kerstdag. Op kerstavond gingen we dan naar de nachtmis (die gewoon om 7 uur 's avond begon) en aten we worstenbroodjes als we thuis kwamen. Tradities he, altijd in ere houden. Eerste kerstdag verschenen we 's ochtendsvroeg al in onze goeie goed aan de ontbijtdis, om zo al kletsend te blijven zitten tot het avondeten.
Toen ik in 2003 verhuisde, waarschuwde 'men' mij dat ik zoveel zou moeten gaan regelen. Er zou toch zóveel op me af gaan komen, dat ik door de bomen het bos niet meer zou zien. Met angst en beven wachtte ik toen de verhuizing af en zelfs nadat ik al een jaar in mijn nieuwe huis woonde hield ik er rekening mee dat ik iets Groots nog niet had geregeld. Maar dat Groots kwam nooit. Achteraf bleek mijn checklist-voor-verhuizing nog geen half A4-tje te beslaan en had ik amper wat hoeven regelen.
Niet dat ik inspiratie voor een nieuw logje heb, maar ik werd een beetje naargeestig van dat het goodbye-logje over Max. Ik bedoel: ik was echt heel verdrietig - en nog steeds denk ik vaak dat ik 'm ergens met z'n dikke kont zie zitten - maar de scherpe kantjes ervan zijn wel weg.
Maandagavond belde de dierenarts weer en vertelde me dat hij de foto's met de radioloog had besproken. De prognose was erg somber, zei hij. En liet daarna een stilte vallen. Voor hem was het natuurlijk ook geen fijn gesprek. Daarna opperde hij de mogelijkheden die we hadden. Onderzoeken die we nog konden doen. Een echo misschien, of een buikpunctie. Maar de uitkomsten van die onderzoeken zou de prognose niet veranderen.
Max is nu een jaartje of 4 bij ons en nog nooit was hij ziek. Tot gisteren. Opeens eet hij niet meer, drinkt ie amper, heeft hij een harde buik en beweegt hij als een oude opa. Internet maakt me niet wijzer, want de diagnoses variëren van een dodelijke ziekte tot een simpele bacterie.
Het vooruitzicht op de stress die gaat komen deed mij besluiten om maar een wellness-weekend naar Aken te boeken.
Na het kijken, bieden, tekenen, taxeren, bouwkundig keuren en praten over geld is er nu opeens een periode van rust. De rust is zelfs oorverdovend en geeft me een vreemd gevoel. Ik vroeg me vanochtend zelfs af of we wel een huis hadden gekocht.
Mijn broer en ik zijn niet close. Nooit geweest ook. We gaan onze eigen weg en die leidt ons zelden in het leven van de ander. Niet dat we hier ooit bewust voor hebben gekozen, maar we hebben er beiden wel vrede mee. Zo vind ik het prima dat hij geen bezoekjes aan mijn ouders aflegt als ik bij hen ben en sturen we elkaar op onze verjaardagen hoogstens een sms. Via onze ouders horen we hoe het de ander vergaat en slechts bij hoog - of laagtijdagen zoeken we contact. Om te laten weten dat we bezorgd, blij of verdrietig voor de ander zijn.
Zo'n vijf jaar geleden kochten Ex en ik een hond. Zonder na te denken over lange-termijn-consequenties stortten we ons vol overgave in onze nieuwe rol van baasje en vrouwtje. We hadden geen kinderen en Labrador Bo kwam dan ook geen aandacht of wandeling tekort. Sterker nog, menig weekend werd speciaal om Bo heen gepland.
En toen?
Ik was ervan overtuigd: dit was ons toekomstig huis. Ik zag me er al een wijntje drinken, ik zag B. in de handgemaakte keuken koken en in mijn fantasie zag ik me languit in de tuin zonnen. We zouden er niets meer aan hoeven te doen: het huis was helemaal af en naar onze smaak.
Iedere vrouw heeft er wel een paar: onderbroeken die ze de eerste maanden angstvallig voor haar nieuwe vriend verborgen houdt. Omdat de gaten erin zijn gevallen, de elastiek niet meer rekt of de kleur is teruggebracht tot iets grijzigs. Ik weet niet precies wanneer ik voor het eerst schaamteloos rond paradeerde in een dergelijk exemplaar, maar ik vermoed dat dit zo rond dezelfde tijd was dat ik scheten onder de dekens begon te laten.
Vorige week liepen we door de stad, op zoek naar niets, maar met genoeg geld om een beetje mee te smijten. Wat we allemaal kochten doet er niet toe, maar het belangrijkste is dat de complete serie North and South zonder enige vooraankondiging in ons mandje lag. En dus keken we vorige week bijna elke avond 2 afleveringen, tot aan gisteravond toe. Beetje vermoeiend misschien, maar ja. Zo zijn wij dan he: we storten er ons dan meteen vreselijk overdreven in.
Maandag ging ik na 4 weken weer eens aan het werk. “Het zou ook wel tijd worden”, denk je misschien, maar zo voelde ik dat dus helemaal niet hé. Mijn voeten protesteerden tegen dichte schoenen, mijn benen wilden alleen maar een korte broek en mijn schouders weigerden om bedekt te worden. Het was duidelijk, mijn lijf had nog moeite met het concept nette kleren.
We reden door 6 landen;
Ik mocht vrijdag bellen naar de Rechtbank, voor de beschikking in een zaak. Normaliter ben ik niet zenuwachtig voor dat soort telefoontjes, maar deze keer was anders. Nog nooit geloofde ik zó heilig in een cliënte en in het onrecht dat haar was aangedaan. Nog nooit was ik zó overtuigd van het ongelijk van Bureau Jeugdzorg en boos over de reeks ridicule beschuldigingen die de gezinsvoogd als vuurpijlen op mijn cliënte had afgevuurd.
In mijn straat stonden twee weken geleden 5 huizen te koop. Daarvan zijn er inmiddels 3 verkocht, zodat er dus nog 2 te koop staan. En laat bij die tweede groep nou net een van mij bij zitten. Scheisse, dat is het. Maar goed, ik laat het los. Denk Zen. Denk Yoga. Denk ontspanningsoefening.
Er zijn behoorlijk veel dingen waar ik me over op kan winden. Over onbetamelijk gedrag in het verkeer bijvoorbeeld, of het feit dat mij onbekende mensen het kennelijk nodig vinden mij erop te wijzen dat roken slecht voor me is als ik volstrekt legitiem - buiten - een sigaret sta te roken, of het feit dat ik afgelopen nacht mijn laptop moest formatteren omdat er een of ander megavirus op zat waardoor niets het meer deed.
Je huis verkopen is kut. Ik word er nerveus van, te weten dat er mensen door mijn huis lopen. Dat er potentiële kopers zijn, die hun kritische oog laten vallen op mijn oude verwarmingsketel, of de versleten plekken van het laminaat. Mensen die wikken en wegen en besluiten om niet te bieden.
Ik heb me altijd afgevraagd waarom mensen gaan klussen, vlak voordat ze hun huis te koop zetten. Dat doe je dan toch eerder?! Dan heb je er zelf tenminste nog plezier van. Maar inmiddels heb ik the picture: het levert geld op.
Vanaf het eerste moment waren ze beter. Dat zag ik wel, maar ik wilde het niet zien. Ik dacht aan die wedstrijden in de jaren 90 waarin Nederland beter was, maar de andere landen alsnog wonnen. Dat gaf mij hoop, alhoewel de knoop in mijn maag vanaf het begin waarschuwde voor een verkeerde afloop. Die helaas ook kwam.
Knap hoor, die mensen die op commando een stukje kunnen schrijven. Gewoon, omdat ze het beloofd hebben. Of zichzelf opgelegd. Ook als hun hoofd er niet naar staat of als het leven zich ver van hun weblog afspeelt.
Ok, hiermee is bewezen dat als je alleen thuis bent, je sneller denkt: "goh, daar zou ik een logje over kunnen schrijven" en dat je dat vervolgens ook nog doet.
Lief is weg. Een hele week. Op zeilkamp. Dat is leuk voor hem, maar minder leuk voor mij. En dan nog niet eens zozeer omdat ik nu al weet dat ik vannacht niet kan slapen door het lege huis en de nachtmerries die ik geheid ga krijgen, maar omdat ik niet verder kan.
16 jr. geleden kreeg ik een formulier onder mijn neus, waarop ik vier steden moest aankruisen waar ik zou willen studeren. En net zoals de andere grote beslissingen in mijn leven maakte ik ook deze keuze snel en zonder veel nadenken. Ik had welgeteld twee redenen waarom ik voor Utrecht koos.
Of ik een halve praktijk wilde overnemen, vroeg een ander advocatenkantoor. Ze zaten met hun handen in het haar en ze snapten er de ballen van, van dat Familierecht. Achteraf belachelijk laconiek zei ik: “ja, hoor, ik kom morgen wel langs om de dossiers op te halen".
En dus zat ik de laatste weken elke dag een kwartier te vroeg en 2,5 uur te lang op mijn werk. Om alles op de rit te krijgen en om de fouten van de vorige advocaat te herstellen. Gisteren haalde ik de laatste 2 dossiers op en als het goed blijft het daarbij.
Ik mag het hopen. Want als ik nog langer in deze permanente staat van paniek blijf, dan gaat het ten koste van mijn hart.
Maar goed, dat willen jullie allemaal niet horen. Jullie willen horen dat ik opnieuw high lights heb laten zetten en dat ik opnieuw boos ben omdat het opnieuw geen high lights zijn, maar gewoon geblondeerd. En dan ook nog eens niet blond, maar geel.
Ook willen jullie vast horen dat ik nu al kriebels in de buik heb, vanwege het naderende EK. En dat ik al een oranje pet, een oranje boa en een ‘voetballiedjes-cd’ heb gekocht, waarop André, Ali B. en de Toppers hun ding doen.
En tot slot willen jullie vast wel horen dat ik vanavond weer naar de Toppers ga. Deze keer weliswaar niet met mijn billen op een pluche fauteuil, maar al staande op het veld. Ik ben benieuwd.
Er heerste een vloek, op de heenweg. Een sterk persoonsgebonden vloek, want speciaal gericht op mij. Telkens als ik het stuur in mijn handen kreeg, ontstond er een Truman Show-achtige toestand doordat vanuit elke uithoek auto's opdoken, om de plek vóór mij op de snelweg in te nemen. Kortom: als ik reed was er file. En toen ik voor Berlijn besloot dat B. ook een stukje file mocht rijden - want zo ben ik: ik file, hij ook file - bleek zoiets als de avondspits in Berlijn niet te bestaan en kon hij gewoon doorrijden. Ik had er boos om kunnen worden, ware het niet dat ik uitzinnig van vreugde was: ik was in Berlijn.
Het was ongeveer twee maanden geleden, toen ik ons weekendje plande. Destijds was het een simpele optelsom:
Dat heb ik wel vaker. Dat ik midden in de zomer - of nou ja, midden in de aanloop naar een mogelijke lente - opeens denk aan een kerstfilm. De logica erachter is vrij helder:
Mijn inkomen was vijf jaar geleden eigenlijk niet genoeg om mijn appartement te kopen. Slechts met een hoop gebedel en allerlei verklaringen van werkgevers wilde welgeteld één bank mij een startershypotheek verkopen. Tegen de hoofdprijs, uiteraard.
Er schijnt een gedachte achter irritante reclames te zitten: als het je zó stoort, onthoud je het merk en uiteindelijk zul je het kopen. Maar volgens mij werkt het niet. Nou ja, het werkt wel, maar dan op mijn zenuwen.
Hyves
"Weg uit Utrecht", was ons antwoord als mensen vroegen waar we heen zouden gaan. Verder wisten we het niet, alhoewel we het nog net konden specificeren tot 'het oosten van Utrecht'. En dat is van Leusden, tot Leersum en zelfs tot Maurik. Geloof me. Dat is een heel groot gebied. Te groot. Een makelaar ziet je aankomen.
Er zijn van die films die ik altijd wel zal kijken als ze op TV komen. Ik noem Notting Hill, Love Actually en - met stip op 1 binnengekomen - Alles is liefde.
Hij heeft het overleefd en ligt as we speak laveloos in zijn mand. Nog te moe om op te staan, nog te misselijk om te drinken, en al helemaal niet in staat om zijn grote hobby uit te oefenen: eten.
Als ik alle TV-zenders drie keer heen en weer ben geweest en er écht niets op tv is wil ik nog wel eens zappen naar Animal Planet. Meestal zap ik ook dan door – het zijn namelijk vaak van die documentaires over ondieren als hyena’s o.i.d. – maar soms is er een programma als “Pet Rescue”. En ook al weet ik dat ik zal huilen bij de verwaarloosde katten, vermagerde honden en verlaten paarden, toch blijf ik kijken. Om even later dan inderdaad in gejammer uit te barsten. De reden waarom ik blijf kijken is het ‘feel good’ – stukje aan het einde, waarin je ziet dat de hond als bij een wonder helemaal is opgeknapt, de kat weer gekamd en het paard steigert van plezier. Dan droog ik langzaam mijn tranen en geloof weer in een wereld waarin dierenbeulen niet bestaan.
Mijn ochtendritueel is al jaren hetzelfde. Plassen, Bo uitlaten, ontbijten, koffiedrinken, roken en de krant lezen. Het tijdsbestek waarin dat allemaal plaatsvindt is doorgaans tussen half zeven en acht, precies in het timeslot van Je Dag Is Goed van QMusic. Een kabbelend, luchtig programma van Jeroen van Inkel, de man waarmee iedere 30plusser radiogewijs is opgegroeid. Nog steeds heb ik cassettebandjes waarop je Jeroen liedjes hoort aan - en afkondigen. Niet dat ik er ooit nog naar luister, maar weggooien is evenmin een optie.
Nadat B. naar de Irish Pub was vertrokken om voetbal te kijken viel mijn oog op de grote fotolijst die ik voor mijn verjaardag had gekregen. Hij stond inmiddels alweer een week achteloos tegen de muur, in afwachting van zijn definitieve plaats. Vriendinnen Ce, Cy en K. hadden er al een serie foto's van zichzelf in gedaan, maar twee lege plekken overgelaten. Ik besloot de foto's van Portugal uit te spitten, op zoek naar foto's waar B. en ik redelijk appetijtelijk op stonden. Aangezien zowel B. als ikzelf verre van fotogeniek zijn, was dat geen eenvoudige opgave.
Ik woon in Utrecht. In een fijne, rustige buurt dat inmiddels door sommige makelaars soms omschreven als ‘centrum’. Wonderlijk om te zien hoe het centrum zich kennelijk uitbreidt, want toen ik mijn appartement vijf jaar geleden kocht, lag het nog op vijf minuten fietsen vanaf het centrum.
Je kunt er de klok op gelijk zetten: als de voorpret is overgegaan in pret en die pret zelf dan ook voorbij is, val ik pardoes in een zwart gat. Een allesomvattend groot zwart gat.
Ik weet het, ik zei dat ik er niet meer over zou schrijven. Maar hee, ik ben een vrouw en niets is zo veranderlijk.
De dingen waar ik me op verheug - naast de carnaval zelf - zijn de volgende:
- mijn koffer-voor-vijf-dagen pakken, want het is in feite een mini-vakantie;
- labrador Bo droppen bij ex, wat mij een Boloze mini-vakantie oplevert;
- het rijden naar het Zuiden: meeblèren met carnavalsmuziek;
- sfeerproeven op zaterdag: Prinsinhoale;
- het ontbijt op zondag: veel getut, veel koffie, zoveelste sigaret, dan aankleden, schminken etc.
N.B. Hierna is het carnavalsgedoe voorbij. Dan komen er weer normale logjes. Niet dat die per definitie leuker zijn, maar toch.
Op zoek naar "iets leuks over carnaval" stuitte ik op onderstaand artikel. En het gaat over carnaval ja. Het is niet anders.
Sommige mensen houden van horror. Ze houden van het kloppen van hun hart in de keel, van de opgebouwde spanning, de hysterische muziek en de adrenaline die vrij komt als ze schrikken.
Al eerder nam ik vrienden mee naar carnaval in Maastricht. Stuk voor stuk mensen die wel van een feestje houden, een biertje lusten en die zich doorgaans gemakkelijk aanpassen aan een nieuwe situatie. Steeds opnieuw dacht ik dat het niet mis kon gaan, om een paar keer te beseffen dat het weer was mislukt.
2007 was een best jaar. Nee, 2007 was een méér dan een best jaar. Het was het jaar dat ik mijn nieuwe lief ontmoette, ging samenwonen, plannen maakte voor de toekomst en daarin ook nog durfde te geloven.